Stichting Muli Shani Zambia

Weeshuis

Hoe het begon

Westerse hulp bereikte begin 2000 de binnenlanden van Zambia niet of nauwelijks.
Gelukkig bestonden er lokale initiatieven, zoals het weeshuis van Martha Magawa in Mpika.
Martha kon het leed van zoveel weeskinderen niet langer aanzien en begon in 2003
met de bouw van een weeshuis. Naast hun eigen huis, dat zij ook zelf gebouwd hadden.
Haar intentie was en is om kinderen (zowel weeskinderen als gehandicapte kinderen)
zonder goede zorg en opvang op te nemen. Zodra het kan gaan de kinderen terug naar
hun community of (soms verre) familie.
Ze gaf haar weeshuis de naam “Saint Francis Orphanage for the Needy”.

Samenwerking

In 2004 maakte Ineke kennis met Martha en besloot haar te helpen. De bouw van het weeshuis
was toen gevorderd tot op dakhoogte. De € 1.700,- van haar afscheidsreceptie werd de eerste
Nederlandse bijdrage aan de bouw van het weeshuis. Daarna volgden bijdragen aan een goede
watervoorziening, de inrichting, een stenen muur er omheen, een “outdoor kitchen”,
een “Kindergarten” en uiteraard kinderkleding, beddegoed, etc.
Dat was het begin van een jarenlange samenwerking.

Saint Francis Orphanage

Op 26 mei 2006 is het weeshuis onder nummer ORS/102/10/72 officieel geregistreerd
onder de naam “Saint Francis Orphanage for Needy”. De vergunning hield in dat Martha
de functie van directeur van het weeshuis kon vervullen, maar een opvolger zou moeten
voldoen aan de eisen van de overheid voor deze functie. Ten behoeve van de continuďteit
financierde de stichting Muli Shani Zambia de HBO-opleiding Social Work van dochter Francisca,
Martha’s steun, hulp en vervanger. Zij is de beoogde opvolger van Martha. Francisca behaalde
haar diploma binnen de studietermijn. Later volgde ze op eigen initiatief de aanvullende
universitaire opleiding Social Work.De opvang van weeskinderen kon beginnen.

Problemen

Alles ging goed tot begin 2012. Francisca werden geconfronteerd met een adoptie-aanvraag.
Men wilde direct de 2 boogde kinderen mee nemen. Dat voelde niet goed (Zambia heeft geen
adoptiebeleid) en na overleg met Martha werd geweigerd de kinderen mee te geven.
Met steun van het bisdom is dat toen opgelost. Daarna werd Martha o.a. geconfronteerd
met bedreigingen dat zij haar vergunning zou kwijtraken omdat zij ook oudere kinderen opving.
Dat was tot dan toe nooit een probleem geweest. Mogelijk werd een straffer overheidsbeleid gevoerd.

Overheidsregel

In Zambia is de overheidsregel: Familie zorgt voor elkaar. Iedereen heeft familie.
Misschien geen ouders maar wel ooms, tantes, neven, nichten, oma’s en opa’s. De kinderen in het
weeshuis gaan dan ook terug zodra de meest kwetsbare periode voorbij is en/of de familie zich meldt.
De meeste weeshuizen nemen kinderen op van 0 tot 6 jaar, want in die periode is het percentage
sterfgevallen het grootst als gevolg van ondervoeding en ziektes. Martha hanteerde 0 tot 12 jaar,
waarbij zij er dan ook voor zorgde dat de kinderen vanaf 6 jaar naar school gingen.
Aangenomen mag worden dat kinderen vanaf 12 jaar, terug in de community, goed mee kunnen komen
en hun steentje bijdragen.

Verdrietige taak

Martha werd gedwongen de kinderen boven de 6 jaar terug te brengen naar hun familie.
Een verdrietige taak. Bovendien een moeilijke taak. Het achterhalen van familie duurde
in sommige gevallen enkele weken. Als het gelukt was bracht Martha de kinderen zelf
naar hun nieuwe omgeving samen met de Healthofficer. Hij moest zorgen voor een goede vervolgzorg.
Van Martha kregen de kinderen een bed, matras, beddegoed en kleren mee.
Gepoogd zou worden de kinderen nog enkele jaren te helpen als “external orphans”. Dat is echter
tijdrovend, duur en sterk afhankelijk van goed vervoer. Er bleven slechts enkele kinderen
onder de 6 jaar over. Martha’s energie kreeg een flinke knauw en besloten werd ook voor deze
kinderen een andere plek te zoeken, danwel bij hun familie, danwel in een ander weeshuis.
Het weeshuis van Martha staat nu dus tijdelijk leeg.

Weeskinderen

De eerste kinderen werden opgenomen in het weeshuis. Dat waren de broertjes Moses (9 jaar)
en Elias (5 jaar). Beide ouders waren overleden en dat maakte hen “double orphan”.
Wanneer één van de ouders is overleden is een kind een “orphan”. Omdat ook de kleinkinderen
van Martha overdag in het weeshuis aanwezig waren hadden ze direct speelkameraadjes.
Naast Francisca werd een tweede caretaker aangenomen, die ook ’s nachts aanwezig was.
Het weeshuis nam steeds meer kinderen op en het aantal caretakers werd uitgebreid.
Er kwamen ondervoede baby’s en kleine kinderen, maar ook oudere verwaarloosde kinderen.
De kleuters brachten een deel van hun tijd door in de “kindergarten” en de kinderen vanaf
6 jaar gingen naar de dichtstbijzijnde basisschool. Natuurlijk was er ook heel veel tijd
om te spelen. Wel binnen de muren van het weeshuis. Daarbuiten is het voor weeskinderen
gevaarlijk. Zij lopen het risico te worden gepest, mishandeld en zelfs ontvoerd.
 


wordt vervolgd

Foto's van het weeshuis

 

  Het vooraanzicht van Magawa's weeshuis   Een van de slaapkamers met stapelbed.
       
  Een gezellige woonkamer mag in zo'n huis natuurlijk niet ontbreken.   Martha bakt koekjes met een van de kinderen.
       
       
       
       

 

This website is designed and developed by P. Naafs commissioned by All-In-Media